Handleiding voegmiddelen

Auteur Siniat Datum 19/10/2017

soorten pleister

Verluchting tijdens en na pleisterwerken

 

HOW TO APPLY PLASTERS ON INNER WALLS & CEILINGS

Er zijn twee manieren om pleister aan te brengen op gipsplaten: manueel en machinaal.

VOORBEHANDELING ONDERGROND

Alvorens de werken te starten is een CONTROLE van de ondergrond een absolute vereiste:


  • Verwijder oneffenheden, stof, zoutuitslag, kalkafzetting, olie, vet, etc.
  • Vul grote gaten en scheuren eerst op
  • Vochtige ondergronden laten drogen door ruimte te ventileren en/of verwarmen
  • Indien de ondergrond niet geschikt blijkt voor bepleistering moet dit gemeld worden aan de bouwheer en/of architect. In dergelijke gevallen kan worden overgegaan op alternatieven voor bepleistering waarbij geen rechtstreeks contact is tussen (spuit-)pleister en ondergrond:
    • Gipsplaten (type A) aanbrengen op een metalen –of houtstructuur en opvoegen van de naden of volvlakkige bepleistering in functie van vereiste afwerkingsklasse (zie deel 1)
    • Stuc gipsplaten (type P) aanbrengen op een metalen –of houtstructuur die (volvlakkig) worden afgewerkt met (spuit-)gips
    • Metalen pleisterdrager aanbrengen op een metalen –of houtstructuur die volvlakkig in twee lagen wordt afgewerkt met (spuit-)gips
    • Metalen wapeningsnet met grote mazen, inkepingen of noppen rechtstreeks op ondergrond aanbrengen en afwerken met (spuit-)gips.


Het type ondergrond vereist bovendien de geschikte VOORBEHANDELING:

  • Zuigende ondergronden zoals baksteen, kalkzandsteen, cellenbeton, stucgipsplaten, gipsblokken, etc. voorafgaande behandelen met Siniat STUCAPRIM.
  • Gladde ondergronden zoals beton, oude bepleistering, etc. voorafgaand behandelen met Siniat STUCAGRIP.

MANUELE VERWERKING

Opmerking

Gebruik voor het aanmaken van pleistergips proper gereedschap (mixer, mengkuip) en koud zuiver water. Resten van eerder aangemaakt product, verhoogde temperatuur van het water of lucht kunnen de afbindtijd inkorten; te lage temperatuur, te hoge vochtigheid, etc. kunnen de afbindtijd verlengen.

stap 1
Vul de mengkuip met de juiste hoeveelheid water. De mengverhouding poeder / water staat vermeld op de verpakking.

stap 2
Strooi de juiste hoeveelheid poeder geleidelijk in de mengkuip met koud, zuiver water.

stap 3
Meng het poeder tot een homogene, smeuïge massa met een elektrische menger (laag toerental).

stap 4
Voor de verdere verwerking zie ‘machinale verwerking’.

MACHINALE VERWERKING

Zorg voor een correcte afstelling van het waterdebiet van de spuitmachine. Een goede en constante druk geeft een regelmatige spuitgang (regelmatige menging van gips met water).

Stap 1: Voorbehandeling

Maak het te pleisteren oppervlak klaar voor verdere verwerking en gebruik de geschikte primer (zie rubriek ‘voorbehandeling ondergrond’ op vorige bladzijden).

 

Stap 2: Aanbrengen

Spuit de gips geleidelijk over de wand of plafond.

 

Step 3: Reien

Maak de aangebrachte specie egaal met een lange rei. Herhaal deze handeling tot een zo egaal mogelijk oppervlak wordt bekomen (nareien).

 

Step 4: Messen

Zet eens de laag pleister harder is geworden het oppervlak helemaal vlak met een (kleiner) mes.

 

Step 5: Sponzen

Ga met een natte schuurspons in draaiende bewegingen over de pleister. Hierdoor wordt het oppervlak tot in de kleine poriën gevuld en glad gezet.

 

Step 6: Polieren

Ga als eindafwerking met een pleisterspaan (spackmes) over de pleister. Indien vereist voorafgaand het oppervlak licht bevochtigen.